Het voorstel voor de leegstandverordening dat nu op tafel ligt, zal geen einde maken aan de leegstand. De Vrije Ruimte en een aantal andere maatschappelijke organisaties pleiten daarom in Het Parool voor een aangescherpte leegstandverordening.
Onlangs heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een modelleegstandsverordening gepubliceerd. De gemeente Amsterdam heeft aangekondigd dat zij deze wil gebruiken om in mei met een eigen leegstandsverordening te komen. In januari heeft B&W de uitgangspunten hiervoor naar buiten gebracht. We vrezen echter dat er van een doortastende aanpak in Amsterdam niets terecht gaat komen.
De Wet kraken en leegstand, waarmee het kraken sinds 1 oktober 2010 is verboden, biedt de gemeente de gelegenheid zelf regels op te stellen om de leegstand te bestrijden. Geen overbodige luxe want Amsterdam kent inmiddels meer dan een miljoen vierkante meters leegstaande gebouwen. Maar in de Amsterdamse voorstellen wordt de leegstandsaanpak slechts beperkt tot de monofunctionele kantoorgebieden Sloterdijk en Amstel III (tussen Arena en AMC).
Andere leegstaande kantoren buiten deze twee gebieden vallen alleen onder de nieuwe verordening als ze groter zijn dan 10.0000 m2 of ontruimde kraakpanden zijn geweest. Naar andere gebieden en gebouwen in de stad wenst B&W niet om te kijken.
Maatschappelijke verantwoordelijkheid is niet het eerste waar je aan denkt in de onroerendgoedwereld. Het is dan ook goed dat als een essentieel onderdeel van de leegstandsverordening een meldingsplicht wordt ingesteld voor eigenaren van leegstaand vastgoed. Maar dan moet dat voor de hele stad gelden en moeten er na die leegstandsmelding ook verdere stappen volgen.
Ter verdediging van het feit dat ze maar in een heel klein deel van de stad actief wil zijn, zegt de gemeente eerst te willen toetsen of die meldingsplicht echt een bijdrage levert aan de bestrijding van de leegstandproblematiek. In de ogen van de ondertekenaars betekent het praktisch dat er in een hoekje gedweild wordt terwijl de kraan elders gewoon open blijft staan. Om de golf van leegstand te keren heeft alleen een meldingsplicht voor de gehele stad zin, en niet alleen voor kantoren, maar voor ook voor scholen, kerken, garages en andere gebouwen.
Er is een integrale leegstandaanpak nodig die de stadsbrede en negatieve effecten van leegstand op de directe leefomgeving bestrijdt. Hier moet vanaf het begin mee worden begonnen. De negatieve gevolgen van leegstand zijn immers ook voelbaar in de buurten waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Bewoners lopen dagelijks langs een leegstaand schoolgebouw, of een vervallen kerk en zien op het oog verlaten panden meer en meer verloederen.
Tot verrassing van velen ziet de gemeente in haar plannen voor de leegstandsaanpak ook een belangrijke rol weggelegd voor de antikraakbureaus. Het is alsof je de wolf vraagt op de schapen te passen. Want als er een bedrijfstak is die garen spint bij leegstand dan zijn het wel de commerciële leegstandsbeheerders. Men heeft daar helemaal geen belang bij structurele oplossingen. Sterker nog, de uitwassen van de sector zijn algemeen bekend: wurgcontracten voor mensen die naar woonruimte op zoek zijn en verloedering van gebouwen. Waar antikraakbureaus zich over de stad ontfermen treden alleen mechanismen van verwaarlozing en uitbuiting in werking met vaak verpaupering van de directe omgeving tot gevolg.
Van een verbetering van de rechtspositie voor antikrakers en een onafhankelijke controle op de werkwijze van commerciële leegstandbeheerders is in de plannen van de gemeente nergens sprake. Het inschakelen van antikraakbureaus lijkt dan ook eerder een poging om het ambtenarenapparaat te ontlasten dan een geloofwaardige poging om de leegstand aan te pakken.
Maar het is helemaal niet nodig om je als gemeente uit te leveren aan louche leegstandsbeheer door antikraak. Talloze burgers, buurtgroepen, maatschappelijke initiatieven, bedrijven, sociale en culturele instellingen ergeren zich dood aan al die leegstand en hebben allerlei plannen om die panden zinvol her te gebruiken. Creëer dan ook om te beginnen naast de meldingsplicht voor eigenaren de mogelijkheid voor burgers om leegstand aan te melden.
Door het burgerinitiatief Nieuw Leven voor Oude Gebouwen wordt momenteel een interactieve Leegstand- en Hergebruikkaart voor heel Amsterdam voorbereid. Burgers kunnen daar een leegstaand pand melden waarvoor zij een idee hebben. Door een slimme koppeling van online aanmeldformulieren aan de gemeentelijke leegstandsregistratie kan bovendien voorkomen worden dat de gemeente een enorme inzet van geld, ambtenaren en juristen voor de leegstandsaanpak nodig heeft. Ook kunnen bereidwillige eigenaren hier hun leegstaande pand aanmelden om zo gezamenlijk tot een goede herbestemming te komen. Met opgelegde boetes kan de gemeente een deel van de extra ambtelijke capaciteit, die hiervoor nodig is, betalen
Op veel plekken in de stad staan prachtige gebouwen (grotendeels) ongebruikt te verpieteren, bijvoorbeeld een aantal fraaie scholen in Bos en Lommer en de Baarsjes. Het voorstel voor de leegstandverordening dat nu op tafel ligt, zal hier nauwelijks verandering in aanbrengen. Daar is meer inzet voor nodig, niet alleen van de gemeente, ook burgers kunnen en willen hier een rol in spelen. Ontwerp als gemeente een leegstandsbestrijding die burgers hier actief bij betrekt. De huidige denkrichting van de gemeente is te afwachtend, te flets en te eenzijdig gericht op het verminderen van de vastgoedcrisis op de kantorenmarkt. De ondertekenende organisaties dringen er met klem bij de gemeenteraad van Amsterdam op aan om met een aangescherpte leegstandsverordening te komen.
Lodewijk Berkhout – voorzitter ASVA Studentenunie
Eisse Kalk - Nieuw Leven voor Oude Gebouwen
Hay Schoolmeesters - directie Urban Resort
Arco Leusink - Huurdersvereniging Amsterdam
Jephta Dullaart - Erfgoedvereniging Heemschut
Eef Meijerman - directie Amsterdams Steunpunt Wonen
Eric Duivenvoorden - Vereniging De Vrije Ruimte
Bovenstaand opinie-artikel verscheen op 30 maart in Het Parool