Beslissingsprocedures in vergaderingen en werkgroepen

De algemene vergadering gaat uit van het consensusprincipe. Dat betekent dat op vergaderingen - die voor iedereen bedoeld zijn die daar toegang toe heeft en waartoe op een voor iedereen duidelijke manier is opgeroepen, de beslissingen door alle aanwezigen tezamen worden genomen.

Is er iemand die blanco stemt, dan gaat deze akkoord met het algemene besluit. Deze geeft met de blanco stem aan dat hij of zij misschien niet zo goed weet of het wel een goed besluit is of onvoldoende duidelijk heeft of je nu voor of tegen moet stemmen.

Is er iemand die tegen stemt, dan zijn er twee mogelijkheden:

Bemiddelingsprocedure

De vergadering en de tegenstem(st)ers wijzen ieder een persoon aan waarvan ze het vertrouwen hebben dat deze hun standpunt goed kan vertegenwoordigen. Deze bemiddelaars, die zelf geen deel mogen uitmaken van de algemene vergadering, kiezen gezamenlijk een derde waar ze beiden vertrouwen in hebben. De meerderheid van deze geschillencommissie beslist en de uitkomst van dat besluit is bindend voor de algemene vergadering.

Beslissingen binnen taakgroepen

Taak- of werkgroepen die namens of in opdracht van de algemene vergadering bepaalde taken op zich genomen hebben krijgen een beperkte vrijheid om in dit werk beslissingen te nemen. Dit vanuit het principe: wie het doet mag het zeggen. Grotere beslissingen moeten eerst aan de vergadering worden voorgelegd. Omdat de scheidslijn tussen klein en groot niet altijd even helder is, doet een taakgroep duidelijk verslag van wat er is gedaan en besloten. Het is dan aan de algemene vergadering om te zeggen dat bepaalde besluiten, die genomen zijn door de taakgroep, in het vervolg aan de algemene vergadering moeten worden voorgelegd. En zo wordt dan vervolgens gehandeld.